Damherten

De meeste mensen kennen deze hertensoort omdat hij veel in hertenkampen wordt gehouden. Toch komt hij ook op veel plaatsen in Nederland in het wild voor: op de Veluwe, in de Kennemerduinen en de Amsterdamse Waterleidingduinen, in de Manteling van Walcheren, de Kop van Schouwen, de Zuid-Hollandse Duinen, het Lauwersmeer en het Friese Oranjewoud.
Het damhert is groter dan een ree en kleiner dan een edelhert.
Het damhert onderscheidt zich o.a. van andere herten door zijn schoffelgewei. Enkel het mannetje draagt een gewei. Het wordt in april en mei afgeworpen, waarna het meteen weer begint aan te groeien. De basthuid van het gewei wordt in augustus en september afgeschuurd. Het gewei wordt groter naarmate het dier ouder wordt.
Het damhert heeft een duidelijke voorkeur voor gemengde en loofbossen als leefgebied. Het damhert voedt zich voornamelijk met grassen en kruiden, aangevuld met jonge bladeren, bessen (rozen etc.), eikels, granen, wortelen en ’s winters schors.
Damherten zijn voornamelijk actief in de schemering, maar in gebieden zonder verstoring kunnen ze ook overdag te zien zijn.
Net als edelherten leven de mannelijke herten in roedels, gescheiden van de hindes met hun kalveren. Alleen in de bronsttijd in oktober komen ze samen. In juni en juli, na een draagtijd van 230 dagen, wordt één kalf geboren. Het kalfje weegt ongeveer 4,5 kilogram en heeft hetzelfde kleurenpatroon als de volwassen dieren.

Klik hier voor meer info